Redenen en feiten zijn ideeën die we aannemen. Ze dragen een
sterke lading van geloof. Geloof zie ik als de emotioneel bekrachtigde aanvaarding van een constructie van ideeën.
Een
reden of feit kan worden gezien als een advies,
een sterke suggestie waaraan individueel of collectief wordt gehecht.
De
reden en de feit heeft een oorsprong en een doelpunt, daarom kan ze symbolisch
worden gezien als een afgeschoten pijl in een ruimte.

Door
vele pijlen af te schieten in de ruimte zien we afzonderlijke en
samengestelde effecten die we als
feiten kunnen beschrijven.
We zien de pijlen maar hoe zien we de ruimte?
Vertrouwen is de ruimte waarbinnen de feitelijkheid en de rede kunnen ontstaan en worden beleefd.
Als
vertrouwen afneemt, neemt het geloof in feitelijkheid en rede toe.
De ontwikkelende mens wil feiten verzamelen omdat voor hem de wereld zonder feiten chaotisch, onveilig en onzeker lijkt. Zonder feiten lijkt zijn wereld te worden overheerst door emoties en impulsen.
De wereld is zonder feiten magisch en onvoorspelbaar.
Feiten lijken zekerheid en stabiliteit te verschaffen. De ontwikkeling van de ratio - de ver-stand neemt daardoor toe.
Echter ook de afgescheidenheid van de gevoelservaring en de behoefte tot bescherming en over-leven
nemen toe.
Het bestaan is iets wat moet worden bewaard en bewaakt. De dood wordt een vijand van de gelover in feiten.
Behoud en controle worden belangrijker.
Feitelijkheden leiden
naar de verzameling van bewust-wordingen (een koker met pijlen).
Als
vertrouwen toeneemt, neemt het geloof in ruimte, mogelijkheden en
beleving toe.
Het gevoel neemt toe, de emoties nemen toe, de behoefte
tot leven nemen toe.
Expressie en ontvankelijk Zijn worden belangrijker.
Vertrouwen leidt naar de verzameling van bewust-zijn (de ruimte zijn waarbinnen feiten en gebeurtenissen leven).
Vertrouwen hebben is besluiten dat je de feitelijke en niet-feitelijke ervaringen aan kan.